Steeds meer scholen voor buitengewoon onderwijs verwelkomen leerlingen die opgroeien met meerdere talen. Dat biedt kansen, maar roept ook vragen op. Hoe verloopt meertalige taalontwikkeling? Hoe onderscheiden we moeilijkheden met Nederlands als tweede taal van een taalontwikkelingsstoornis? Welke keuzes kan een school maken om alle leerlingen maximale taalgroeikansen te bieden? En hoe vertaal je dit naar de dagelijkse klaspraktijk?
De vormingsreeks bouwt voort op de inzichten uit de observatiedagen die het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) organiseerde in verschillende West-Vlaamse scholen voor buitengewoon basisonderwijs. Deze inzichten, aangevuld met beschikbare expertise, vormden de basis voor een vormingsreeks van drie sessies van telkens drie uur, met bijhorende materialen die nauw aansluiten bij de onderwijspraktijk.